← Alle regels

Regel 5: Je ronde: op tijd starten, doorspelen en afmaken

Illustratie bij golfregel 5: Je ronde: op tijd starten, doorspelen en afmaken

Waar gaat dit over

Regel 5 gaat over je ronde: wanneer die begint en eindigt, hoe vlot je speelt en wanneer je mag oefenen.

Wat moet je doen

Veelgemaakte fout

Denken dat je voor een strokeplay-wedstrijd overal op de baan even mag proefslaan. Dat kost je meteen twee strafslagen op hole 1.

Voorbeeld

Je start om 9:00 uur bij een strokeplay-wedstrijd. Om 8:57 uur sla je nog even een balletje op de fairway. Dat is oefenen op de baan: twee strafslagen op je eerste hole.

Golfregels app icon
Golfregels App voor iPhone en iPad

Oefen deze regel met echte examenvragen in de gratis app.

Download on the App Store

5.1 Het begrip ronde

Een ronde is 18 holes, of minder als de Commissie dat bepaalt, in de volgorde die de Commissie vaststelt. Staat een match na de laatste hole gelijk, dan verleng je hole voor hole; dat is een voortzetting van dezelfde ronde. Een play-off bij strokeplay is wel een nieuwe ronde.

5.2 Oefenen op de baan voor of tussen de rondes

5.2a Matchplay

Voor of tussen rondes van een matchplaywedstrijd mag je op de wedstrijdbaan oefenen.

5.2b Strokeplay

Op de dag van een strokeplayronde mag je vóór je ronde niet op de wedstrijdbaan oefenen, tenzij de Commissie het toestaat. Wel mag je putten of chippen op of vlak bij je eerste afslagplaats, en oefenen op de oefenfaciliteiten (drivingrange of oefengreen) mag gewoon. Na je laatste ronde van die dag mag je op de baan oefenen, maar de Commissie mag dat beperken. Straf: de eerste keer de algemene straf op de eerste hole, daarna diskwalificatie.

5.3 Een ronde beginnen en beëindigen

5.3a Wanneer een ronde moet worden begonnen

Je ronde begint met de slag waarmee je je eerste hole start. Je moet starten op het tijdstip en de startplaats die de Commissie vaststelt. Sta je binnen vijf minuten na je starttijd klaar om te spelen, of start je maximaal vijf minuten te vroeg, dan krijg je de algemene straf op de eerste hole. Wijk je meer dan vijf minuten af, dan volgt diskwalificatie. Bij uitzonderlijke omstandigheden mag de Commissie je te laat komen verschonen.

5.3b Wanneer een ronde eindigt

Bij matchplay eindigt je ronde zodra de uitslag van de match vaststaat. Bij strokeplay eindigt hij zodra je op de laatste hole uitholt.

5.4 Spelen in groepen

5.4a Matchplay

Bij matchplay spelen jij en je tegenstander elke hole in dezelfde groep.

5.4b Strokeplay

Bij strokeplay speel je in de groep die de Commissie heeft bepaald, tenzij de Commissie een wijziging vooraf of achteraf goedkeurt. Straf: diskwalificatie.

5.5 Oefenen tijdens de ronde of wanneer het spel is gestaakt

5.5a Geen oefenslagen tijdens het spelen van een hole

Tijdens het spelen van een hole mag je geen oefenslag doen. Een oefenzwaai mag wel en is geen slag. Raak je daarbij per ongeluk je eigen bal, dan leg je hem terug, buiten de green meestal met één strafslag (Regel 9.4b).

5.5b Beperkingen voor oefenslagen na het uitspelen van een hole

Tussen twee holes mag je chippen of putten op of vlak bij de green die je net uitspeelde, op een oefengreen of op de afslagplaats van de volgende hole. Niet vanuit een bunker, en het mag het spel niet onnodig vertragen.

5.5c Oefenen terwijl het spel is onderbroken of anderszins gestaakt

Is het spel gestaakt, dan mag je oefenen zoals tussen twee holes (Regel 5.5b), overal buiten de baan, en elders op de baan alleen als de Commissie dat toestaat.

5.6 Onnodig oponthoud; Vlot speeltempo

5.6a Onnodig oponthoud van het spel

Vertraag het spel niet onnodig, niet tijdens een hole en niet tussen twee holes. Kort oponthoud met goede reden mag, bijvoorbeeld wachten op een referee of op medische hulp. Straf: de eerste keer één strafslag, de tweede keer de algemene straf, de derde keer diskwalificatie.

5.6b Vlot speeltempo

Speel je ronde in een vlot tempo. De Commissie mag richtlijnen voor het speeltempo vaststellen. Bereid je slag binnen redelijke tijd voor en sla dan; de aanbeveling is maximaal 40 seconden nadat je aan de beurt bent.

5.7 Het spel staken; Het spel hervatten

5.7a Wanneer spelers het spel mogen of moeten staken

Je mag zelf stoppen als je meent dat er bliksemgevaar dreigt, of om een andere goede reden zoals ziekte of blessure. Meld dat zo snel mogelijk aan de Commissie. Onderbreekt de Commissie het spel met een sirene of ander signaal, dan stop je meteen; niet stoppen bij direct gevaar betekent diskwalificatie (Regel 5.7b).

5.7b Wat spelers moeten doen wanneer de Commissie het spel onderbreekt

Bij een onderbreking wegens direct gevaar stop je onmiddellijk, ook midden in een hole. Bij een gewone onderbreking mag je de hole waar je mee bezig bent nog uitspelen; sta je tussen twee holes, dan stop je daar.

5.7c Wat spelers moeten doen wanneer het spel wordt hervat

Hervat het spel op het tijdstip dat de Commissie aangeeft, op de plek waar je was gestopt.

5.7d Bal opnemen wanneer het spel wordt gestaakt; Bal terugplaatsen en vervangen wanneer het spel wordt hervat

Wordt het spel gestaakt, dan mag je je bal markeren en oppakken. Bij hervatting leg je hem terug op de oorspronkelijke plek; is die niet meer bekend, bijvoorbeeld na wateroverlast, dan schat je hem (Regel 14.2). Liet je de bal liggen, dan speel je hem zoals hij ligt, of je pakt hem op, maakt hem schoon en legt hem terug.

Alle regels in je broekzak

Met oefenvragen, cursus en AI Coach met fotoherkenning.

Download on the App Store