← Alle regels

Regel 4: Jouw golfuitrusting op de baan

Illustratie bij golfregel 4: Jouw golfuitrusting op de baan

Waar gaat dit over

Regel 4 gaat over je uitrusting: welke clubs en ballen je mag gebruiken en hoeveel je er mee mag nemen.

Wat moet je doen

Veelgemaakte fout

Denken dat je met een gebutste club niet verder mag spelen. Zolang de schade niet expres is ontstaan, mag je hem gewoon blijven gebruiken.

Voorbeeld

Je raakt bij je swing een steen en je ijzer krijgt een deuk. Je speelt er gewoon mee verder, of je pakt een vervangende club en haalt de beschadigde uit je tas.

Golfregels app icon
Golfregels App voor iPhone en iPad

Oefen deze regel met echte examenvragen in de gratis app.

Download on the App Store

4.1 Clubs

4.1a Clubs waarmee een slag mag worden gedaan

Je moet slaan met clubs die voldoen aan de uitrustingsregels. Raakt zo'n club tijdens de ronde beschadigd, dan mag je hem blijven gebruiken of laten repareren, zolang het karakter van de club hetzelfde blijft. Vervangen mag alleen als je de schade niet zelf door misbruik hebt veroorzaakt (Regel 4.1b(3)). Verander tijdens je ronde ook nooit bewust de eigenschappen van een club, bijvoorbeeld met een verstelbare kop. Met zo'n club, of met een club die niet aan de uitrustingsregels voldoet, mag je geen slag doen. Doe je dat toch, dan volgt diskwalificatie.

4.1b Maximum van 14 clubs; Clubs delen, toevoegen of vervangen

Je mag maximaal 14 clubs bij je hebben en gebruiken. Begin je met minder, dan mag je aanvullen tot 14, zolang je het spel niet onnodig vertraagt. Een club die tijdens de ronde beschadigd raakt mag je vervangen, behalve als je de schade zelf door misbruik veroorzaakte. Clubs delen met andere spelers mag niet; partners in een foursome of four-ball mogen dat wel, samen maximaal 14. Straf: bij matchplay één hole aftrek per hole met een overtreding (maximaal 2 per ronde), bij strokeplay 2 strafslagen per hole met een overtreding (maximaal 4 per ronde).

4.1c Procedure om clubs uit het spel te nemen

Ontdek je dat je meer dan 14 clubs of een niet-conforme club bij je hebt, neem die club dan meteen uit het spel door dat duidelijk te melden aan je tegenstander of marker. De rest van de ronde mag je hem niet meer gebruiken.

4.2 Ballen

4.2a Ballen waarmee een ronde mag worden gespeeld

Je moet een conforme bal spelen. Schrijft de Commissie de lijst van conforme golfballen voor, dan moet jouw bal daarop staan. Een bal van een andere speler krijgen en spelen mag.

4.2b Bal breekt in stukken tijdens het spelen van een hole

Breekt je bal in stukken door een slag, dan telt die slag niet. Speel zonder straf een andere bal van de plek waar je die slag deed.

4.2c Bal raakt ingesneden of barst tijdens het spelen van een hole

Vermoed je met goede reden dat je bal gebarsten of ingesneden is, dan mag je hem markeren, oppakken en bekijken. Schoonmaken mag daarbij niet. Is hij echt beschadigd, dan mag je hem op de oorspronkelijke plek vervangen door een andere bal. Alleen vies, verkleurd, gekrast of geschaafd is geen reden om te wisselen.

4.3 Gebruik van uitrusting

4.3a Toegestaan en verboden gebruik van uitrusting

Uitrusting die normaal bij het spel hoort mag: tee, handschoen, greeppoeder en een afstandsmeter, tenzij een plaatselijke regel die verbiedt. Verboden is uitrusting die je een oneerlijk voordeel geeft, zoals apparaten die de wind of het hoogteverschil meten, of die advies geven over clubkeuze of speellijn. Je afstandsmeter mag dus alleen afstand meten.

4.3b Uitrusting gebruikt om medische redenen

Een medisch hulpmiddel zoals een brace of gehoorapparaat mag je gebruiken, zolang het je geen oneerlijk voordeel geeft.

Alle regels in je broekzak

Met oefenvragen, cursus en AI Coach met fotoherkenning.

Download on the App Store