Regel 3: Jouw Golf Competitie: Matchplay of Strokeplay
Waar gaat dit over
Regel 3 legt uit welke wedstrijdvormen er zijn en hoe je telt: matchplay of strokeplay.
Wat moet je doen
- Matchplay: je speelt hole voor hole tegen een tegenstander. De minste slagen op een hole wint die hole, gelijk is gedeeld. Je wint de match zodra je meer holes voorstaat dan er nog te spelen zijn.
- Strokeplay: je speelt tegen alle deelnemers. Alle slagen plus strafslagen tellen mee en de laagste totaalscore wint.
- Kijk vooraf of je alleen speelt of met een partner, en of er met handicapverrekening (netto) of zonder (bruto) wordt gespeeld.
Veelgemaakte fout
Bij matchplay je totale aantal slagen bijhouden. Alleen het resultaat per hole telt.
Voorbeeld
Je tegenstander slaat op hole 3 in het water en komt met de strafslag op zes. Jij speelt de hole in vijf. Jij wint de hole en staat een op.
3.1 Basiselementen van iedere wedstrijd
3.1a Spelvormen: matchplay of strokeplay
Bij matchplay speel je hole voor hole rechtstreeks tegen een tegenstander of tegenpartij; wie de meeste holes wint, wint de match. Bij strokeplay speel je tegen het hele veld op het totaal aantal slagen over de ronde of rondes.
3.1b Hoe spelers spelen: alleen of als partners
Je speelt alleen of met een partner als partij. Bij foursomes slaan twee partners om de beurt met een bal. Bij four-ball speelt ieder zijn eigen bal en telt de beste score van de twee.
3.1c Hoe spelers scoren: brutoscores of nettoscores
Zonder handicap (scratch) telt je brutoscore. In een handicapwedstrijd haal je je handicapslagen van de brutoscore af, en dat is je nettoscore.
3.2 Matchplay
3.2a Resultaat van hole en match
Je wint een hole als je hem in de minste slagen uitspeelt, strafslagen meegerekend. De stand geef je aan in holes voor of achter, zoals "2 up" of "1 down". De match is gewonnen zodra je meer holes voorligt dan er nog te spelen zijn: "3&2" betekent 3 holes voor met nog 2 te gaan.
3.2b Het geven van de volgende slag, hole of match
Bij matchplay mag je je tegenstander de volgende slag, de hele hole of de match geven. Je moet dat duidelijk maken, met woorden of een gebaar. Zo'n concessie is definitief: hij kan niet worden geweigerd en niet worden ingetrokken.
3.2c Handicaps verrekenen in een handicap match
Voor de match vertel je elkaar je handicap. Handicapslagen krijg je per hole volgens de slagenindex, en de laagste nettoscore wint de hole. Je bent zelf verantwoordelijk om te weten waar je slagen geeft of krijgt.
3.2d Verantwoordelijkheden van de speler en tegenstander
Je moet zelf weten wat de stand is, en je tegenstander desgevraagd je aantal slagen en elke straf melden. Zijn jullie het per ongeluk eens over een verkeerde stand, dan kun je dat nog corrigeren tot iemand de volgende hole begint (op de laatste hole: tot de uitslag definitief is). Daarna telt die verkeerde stand.
3.3 Strokeplay
3.3a Winnaar bij strokeplay
Wie de hele wedstrijd (een of meer rondes) uitspeelt met het laagste totaal aantal slagen wint: bruto bij scratch, netto bij een handicapwedstrijd.
3.3b Scoren bij strokeplay
Op de kaart staat per hole je bruto score. Na de ronde certificeren jij en je marker de kaart en lever je hem meteen in bij de Commissie; daarna mag je er niets meer aan veranderen. De Commissie rekent nettoscores en handicapslagen uit. Lever je een te lage score op een hole in, dan volgt diskwalificatie. Uitzondering: wist je niets van een strafslag, dan krijg je die straf plus 2 extra strafslagen. Een te hoge score wordt niet gecorrigeerd en telt gewoon.
3.3c Niet uitholen
Bij strokeplay moet je elke hole uitholen. Herstel je dat niet voordat je de volgende hole begint (op de laatste hole: voordat je de kaart inlevert), dan ben je gediskwalificeerd. Bij stableford, maximum score en par/bogey (Regel 21) mag je de hole wel opgeven.