Regel 21: Andere spelvormen: Stableford en meer
Waar gaat dit over
Regel 21 beschrijft andere spelvormen naast gewoon strokeplay, zoals Stableford. Daarbij tel je punten in plaats van alleen slagen.
Wat moet je doen
Bij Stableford krijg je per hole punten voor je score ten opzichte van par:
- Par: 2 punten.
- Birdie, een onder par: 3 punten.
- Eagle, twee onder par: 4 punten.
- Bogey, een boven par: 1 punt.
- Twee of meer boven par, of niet uitgespeeld: 0 punten.
Kun je op een hole geen punt meer halen, dan mag je je bal oppakken. Dat houdt het tempo erin.
Strafslagen tel je gewoon mee bij je score op die hole, waardoor je vaak op 0 punten blijft steken. Bij een paar overtredingen, zoals te veel clubs, gaan er punten van je eindtotaal af.
Veelgemaakte fout
Denken dat je bij Stableford altijd moet uitholen. Zodra je geen punten meer kunt scoren, pak je je bal juist op.
Voorbeeld
Op een par 3 lig je na vijf slagen nog niet in de hole. Een dubbele bogey levert al 0 punten op, dus je pakt je bal op en gaat door naar de volgende hole.
21.1 Stableford
21.1a Overzicht
Stableford is een vorm van strokeplay waarbij je per hole punten krijgt. Hoeveel punten hangt af van je aantal slagen ten opzichte van een vaste doelscore, meestal (netto) par.
21.1b Puntentelling
Je punten per hole ten opzichte van de doelscore:
- Meer dan een slag boven, of geen score: 0 punten
- Een slag boven: 1 punt
- Doelscore gehaald: 2 punten
- Een slag onder: 3 punten
- Twee onder: 4 punten
- Drie onder: 5 punten
- Vier onder: 6 punten
Wie de meeste punten heeft, wint.
21.1c Straffen
Sommige overtredingen die bij gewone strokeplay diskwalificatie opleveren, kosten je bij stableford geen diskwalificatie maar nul punten voor die hole.
21.1d Wanneer de ronde eindigt
De ronde eindigt wanneer de speler uitholet op de laatste hole of besluit niet meer uit te holen op de laatste hole.
21.2 Maximum score
21.2a Overzicht
Bij maximum score stelt de Commissie een maximum aantal slagen per hole vast, bijvoorbeeld twee keer par, een vast getal of netto dubbel bogey. Bereik je dat maximum, dan stop je met de hole en noteer je het maximum.
21.2b Scoren
Je noteert je werkelijke aantal slagen inclusief strafslagen, tenzij dat boven het maximum uitkomt: dan noteer je het maximum. Hole je niet uit, dan noteer je ook het maximum.
21.3 Par/bogey
21.3a Overzicht
Par/bogey is strokeplay met een telling als in matchplay: per hole win of verlies je, afhankelijk van of je onder of boven de doelscore speelt. Wie het beste saldo heeft, gewonnen holes min verloren holes, wint.
21.3b Scoren
Per hole vergelijk je je score met de doelscore: eronder is de hole gewonnen, gelijk is halve, erboven is verloren. Het saldo over alle holes bepaalt de winnaar.
21.4 Three-ball matchplay
21.4a Overzicht
Bij three-ball matchplay spelen drie spelers tegelijk: ieder speelt twee losse matches, een tegen elk van de andere twee. Je speelt met een bal die in beide matches meetelt.
21.4b Voor de beurt spelen
Speel je voor je beurt, dan mag de tegenstander die aan de beurt was jouw slag laten overdoen. Dat geldt per match apart: de een kan de slag annuleren terwijl hij in de andere match gewoon telt.