Regel 13: De Putting Green: Jouw Bal en Wat Je Mag Doen
Waar gaat dit over
De puttinggreen is de plek waar je de bal in de hole speelt. Daar mag je meer dan elders op de baan.
Wat moet je doen
- Markeer je bal, raap hem op en maak hem schoon. Leg hem daarna precies terug op dezelfde plek.
- Repareer schade zoals pitchmarks (deukjes van een landende bal) en schoensporen, met je hand, voet of pitchfork.
- Zand en losse aarde mag je van de green vegen.
- Beweegt je bal of je marker per ongeluk op de green? Geen straf, je legt hem terug.
- Ligt je bal op een verkeerde green, of hindert die je stand of swing? Dan moet je ontwijken: strafvrij droppen binnen een clublengte van het dichtstbijzijnde punt zonder hinder (Regel 13.1f).
- Verbeter je de green op een andere manier, dan kost dat twee strafslagen.
Veelgemaakte fout
Denken dat je op de green alles mag weghalen. Onkruid uittrekken mag niet: dat is je speellijn verbeteren.
Voorbeeld
Je bal ligt op de green met een modderspatje erop. Markeren, oppakken, schoonmaken, terugleggen. Een oude pitchmark vlak ernaast mag je ook repareren.
13.1 Handelingen toegestaan of vereist op greens
13.1a Wanneer de bal op de green ligt
Je bal ligt op de green zodra een deel ervan de green raakt. Ook als hij binnen de rand van de green op of in iets ligt, bijvoorbeeld op een blad of een obstakel.
13.1b Markeren, opnemen en schoonmaken
Op de green mag je je bal markeren, opnemen en schoonmaken. Leg hem daarna terug op precies dezelfde plek.
13.1c Verbeteringen op de green
Op de green mag je:
- Schade herstellen (pitchmarks, schoensporen, sporen van gereedschap)
- Zand en losse grond weghalen
- Losse natuurlijke voorwerpen verwijderen
Het oppervlak van de green testen mag niet, bijvoorbeeld door een bal te rollen of met je hand over de green te wrijven.
13.1d Wanneer de bal of balmarker op de green beweegt
Beweegt jij, je caddie of een andere speler per ongeluk je bal of je balmarker op de green, dan is er geen straf. Je legt de bal of de marker terug op de oorspronkelijke plek.
Beweegt je bal door natuurkrachten zoals wind of water, dan hangt het ervan af of je hem al had opgenomen en teruggeplaatst. Had je dat gedaan, leg hem dan terug op de oude plek. Zo niet, dan speel je hem vanaf de nieuwe plek.
13.1e Opzettelijk geen putts doen
Een speler mag niet opzettelijk afspreken om een putt niet te doen. Bij matchplay mogen spelers een putt of hole aan elkaar geven (concession). Bij strokeplay moet de bal altijd worden uitgehold.
13.2 De vlag
13.2a Vlag in de hole laten
Je mag de vlag in de hole laten staan als je slaat. Valt je bal tegen de vlag en daarna in de hole, dan is hij uitgeholed. Blijft hij buiten de hole liggen, dan speel je hem zoals hij ligt. De vlag raken kost nooit straf, of hij nu in de hole staat of niet.
13.2b Vlag uit de hole halen
Je mag de vlag ook uit de hole laten halen voor je slag. Of je vraagt iemand de vlag te bedienen: hij houdt de vlag vast en haalt hem weg zodra je hebt geslagen.
13.2c Bal rust tegen de vlag
Leunt je bal tegen de vlag in de hole, dan is hij uitgeholed zodra een deel van de bal onder het oppervlak van de green in de hole zit. Zit er geen enkel deel onder, dan is hij niet uitgeholed. Haal je dan de vlag weg en beweegt de bal, dan is er geen straf en plaats je de bal op de rand van de hole, ook als hij er alsnog in valt.