Procedures voor de bal: markeren, opnemen, schoonmaken; terugplaatsen op een plek; droppen in een ontwijkgebied; spelen van een verkeerde plaats
Regel 14 beschrijft wat je doet als je je bal aanraakt of verplaatst.
- Markeren: leg een marker (vaak een muntje) vlak achter of naast je bal voordat je hem oppakt.
- Opnemen: de bal oppakken. Dat mag alleen als een regel het toestaat, bijvoorbeeld op de green of als hij een ander in de weg ligt.
- Schoonmaken: een opgenomen bal mag je meestal schoonmaken.
- Terugplaatsen op een plek: leg de bal precies terug op de oorspronkelijke plek.
- Droppen in een ontwijkgebied: laat de bal vanaf kniehoogte recht naar beneden vallen binnen het toegestane gebied.
- Spelen van een verkeerde plaats: slaan vanaf een plek waar dat niet mag, bijvoorbeeld na een onjuiste drop. Dat kost de algemene straf, in strokeplay twee strafslagen.